Welke toleranties gelden voor staalconstructies?

Voor staalconstructies gelden toleranties op twee niveaus: fabricage en montage. De toegestane maatafwijkingen zijn vastgelegd in NEN-EN 1090-2, de Europese norm voor staalconstructies. Afhankelijk van de uitvoeringsklasse (EXC1 t/m EXC4) worden strengere of minder strenge eisen gesteld. Hoe hoger de klasse, hoe nauwer de toleranties. Voor de meeste bouwprojecten geldt EXC2 als standaard, waarbij maatafwijkingen in de orde van millimeters worden toegestaan.

Onbekendheid met tolerantie-eisen leidt tot kostbare herstellingen op de bouwplaats

Wanneer een staalconstructie wordt afgeleverd met maatafwijkingen die buiten de norm vallen, ontdek je dat vaak pas tijdens de montage. Op dat moment zijn de kosten al opgelopen: extra uren, vertraging in de planning en soms het opnieuw bewerken van onderdelen. Het probleem zit hem niet altijd in slechte uitvoering, maar in onduidelijkheid vooraf over welke toleranties van toepassing zijn. Door al bij de aanvraag de uitvoeringsklasse en de bijbehorende toleranties vast te leggen, voorkom je dat dit soort discussies pas op de bouwplaats naar boven komen.

De verkeerde uitvoeringsklasse kiezen kost je meer dan je denkt

Een te lage uitvoeringsklasse kiezen lijkt goedkoper, maar kan bij dragende constructies leiden tot afkeuring door de constructeur of toezichthouder. Een te hoge klasse kiezen drijft de productiekosten onnodig op. De klasse bepaalt namelijk niet alleen de toleranties, maar ook de kwalificatie-eisen voor lassers, de documentatieplicht en de inspectiemethoden. Het loont om dit vroeg in het traject goed af te stemmen, bij voorkeur met een partij die ook de engineering verzorgt en precies weet wat per toepassing haalbaar en noodzakelijk is.

Wat zijn toleranties bij staalconstructies?

Toleranties bij staalconstructies zijn de toegestane maatafwijkingen ten opzichte van de theoretische afmetingen op de tekening. Ze geven aan hoeveel een onderdeel mag afwijken in lengte, rechtheid, haaksheid of positie, zonder dat dit de veiligheid of functie van de constructie aantast.

Staal is een materiaal dat tijdens productie en verwerking altijd licht van maat verandert. Door warmte bij het lassen, door walstoleranties in het materiaal zelf en door mechanische bewerkingen ontstaan kleine afwijkingen. Toleranties zijn er niet om slordige uitvoering te rechtvaardigen, maar om realistisch te zijn over wat maakbaar is en tegelijkertijd te borgen dat de constructie veilig en functioneel blijft.

In de praktijk onderscheid je twee soorten toleranties: essentiële toleranties, die direct verband houden met de veiligheid en draagkracht, en functionele toleranties, die betrekking hebben op maatnauwkeurigheid voor montage en uitstraling. Beide zijn relevant, maar de essentiële toleranties zijn niet onderhandelbaar.

Welke normen bepalen de toegestane toleranties in staal?

De toegestane toleranties voor staalconstructies zijn vastgelegd in NEN-EN 1090-2 voor stalen constructies en in NEN-EN 1090-3 voor aluminium. Deze normen zijn onderdeel van het CE-markeringssysteem en gelden voor alle dragende constructies in Europa.

NEN-EN 1090-2 onderscheidt toleranties op productniveau (de afzonderlijke staalprofielen en platen) en op constructieniveau (de gemonteerde constructie als geheel). Voor producten gelden ook de toleranties uit de materiaalnormen, zoals EN 10034 voor I- en H-profielen of EN 10219 voor kokerprofielen.

Naast NEN-EN 1090-2 spelen ook nationale bijlagen en projectspecifieke eisen een rol. Bij opdrachten voor Rijkswaterstaat of Waternet gelden soms aanvullende specificaties boven op de Europese norm. Het is daarom altijd verstandig om de van toepassing zijnde normen al in de offertefase te benoemen, zodat beide partijen weten waartegen getoetst wordt.

Wat is het verschil tussen fabricage- en montagetoleranties?

Fabricagetoleranties gelden voor de productie van individuele onderdelen in de werkplaats. Montagetoleranties gelden voor de geplaatste constructie op de bouwplaats. Beide worden apart gespecificeerd in NEN-EN 1090-2 en mogen niet worden opgeteld tot één gezamenlijke marge.

In de werkplaats kun je onder gecontroleerde omstandigheden meten en bijsturen. Op de bouwplaats spelen meer factoren mee: de staat van het fundament, temperatuurverschillen, de volgorde van montage en de nauwkeurigheid van aansluitende constructies. Montagetoleranties houden daarmee rekening en zijn doorgaans iets ruimer dan fabricagetoleranties.

Een veelgemaakte fout is dat opdrachtgevers de fabricagetolerantie als maatgevend beschouwen voor de eindpositie van de constructie. Dat klopt niet. De eindpositie wordt bepaald door de montagetolerantie, en die geldt voor de constructie nadat alles is geplaatst en gefixeerd. Voor staalconstructies die ook door de producent worden gemonteerd is het voordeel dat fabricage en montage op elkaar worden afgestemd, wat afwijkingen door miscommunicatie voorkomt.

Welke toleranties gelden per uitvoeringsklasse?

NEN-EN 1090-2 kent vier uitvoeringsklassen: EXC1 t/m EXC4. Hoe hoger de klasse, hoe strengere eisen gelden voor toleranties, laskwalificaties, inspectie en documentatie. EXC2 is voor de meeste gangbare bouwprojecten de standaard uitvoeringsklasse.

  • EXC1: Eenvoudige constructies met lage veiligheidseisen, beperkte documentatieplicht
  • EXC2: Standaard voor de meeste dragende constructies in utiliteit en infra
  • EXC3: Constructies met hogere belastingen of grotere gevolgen bij falen, zoals bruggen
  • EXC4: Constructies met extreem hoge veiligheidseisen, zoals in de petrochemie of bij nucleaire toepassingen

De uitvoeringsklasse wordt bepaald door de constructeur op basis van de gevolgenklasse (CC1 t/m CC3) en de servicebelasting. Bij twijfel over de juiste klasse is het verstandig dit in de ontwerpfase te bespreken, omdat de klasse direct invloed heeft op de productiekosten en doorlooptijd.

Hoe worden toleranties gecontroleerd en gedocumenteerd?

Toleranties worden gecontroleerd door metingen met gekalibreerde meetmiddelen, zowel in de werkplaats als op de bouwplaats. De resultaten worden vastgelegd in een inspectiedossier dat onderdeel is van de constructieverklaring die bij CE-markering hoort.

In de werkplaats gebeurt dit met schuifmaten, linialen, waterpassen en soms laserapparatuur. Op de bouwplaats wordt gewerkt met een theodoliet, totaalstation of laser. Welke meetmethode vereist is, hangt af van de uitvoeringsklasse en de aard van de constructie.

De documentatie bestaat minimaal uit meetrapporten, tekeningen met tolerantie-aanduidingen en de constructieverklaring. Bij NEN-EN 1090-gecertificeerde bedrijven is dit onderdeel van het kwaliteitsborgingssysteem. Alle lassers zijn persoonlijk gecertificeerd en elk project wordt gedocumenteerd conform de eisen van de van toepassing zijnde uitvoeringsklasse. Bij dragende constructies levert dit ook een CE-certificaat op, wat voor opdrachtgevers aantoonbaar maakt dat aan de Europese veiligheidsnormen is voldaan.

Wat zijn veelgemaakte fouten bij het omgaan met toleranties?

De meest voorkomende fouten zijn: geen uitvoeringsklasse opgeven in de opdracht, fabricage- en montagetoleranties door elkaar halen, en toleranties pas controleren bij oplevering in plaats van tijdens de productie.

Een andere veelgemaakte fout is het stapelen van toleranties. Als meerdere onderdelen elk aan de rand van de toegestane afwijking zitten, kan de cumulatieve afwijking in de eindconstructie buiten de norm vallen. Goede werkvoorbereiding houdt hier rekening mee door tussencontroles in te plannen en kritieke aansluitingen al in de werkplaats te passen.

Tot slot wordt de aansluiting op aangrenzende constructies regelmatig onderschat. Staalconstructies sluiten aan op beton, metselwerk of andere staalconstructies, die elk hun eigen toleranties hebben. Als die niet op elkaar zijn afgestemd, ontstaan problemen bij de montage die niet meer eenvoudig op te lossen zijn. Vroeg overleg tussen alle betrokken partijen, inclusief de constructeur en de staalbouwer, voorkomt dit soort situaties. Bekijk de diensten van Galesloot Constructie voor een overzicht van wat er allemaal mogelijk is binnen één traject.

Hoe wij helpen met toleranties in staalconstructies

Bij Galesloot Constructie verzorgen we het volledige traject: van engineering en tekenwerk tot productie, oppervlaktebehandeling en plaatsing. Dat betekent dat fabricage- en montagetoleranties bij ons intern op elkaar worden afgestemd, zonder dat informatie verloren gaat tussen verschillende partijen.

  • We zijn NEN-EN 1090-gecertificeerd en werken met gecertificeerde lassers voor dragende constructies
  • Bij dragende constructies leveren we een CE-certificaat mee als aantoonbaar bewijs van kwaliteit
  • We denken mee over de juiste uitvoeringsklasse, al in de offertefase
  • We leggen toleranties vast in een volledig inspectiedossier conform de norm
  • We werken voor grote opdrachtgevers zoals Heijmans, BAM, Boskalis en Waternet, en weten wat zij verwachten op het gebied van documentatie en kwaliteitsborging

Wil je weten hoe we jouw project aanpakken? Lees meer over wie we zijn en hoe we werken, of neem direct contact op voor een gesprek over jouw constructievraagstuk.

Gerelateerde artikelen

Galesloot Constructie B.V.

Bij Galesloot Constructie staat een persoonlijke benadering centraal.
Een belangrijke voorwaarde om projecten tot een goed einde te brengen.

Wederzijds vertrouwen en persoonlijk contact tussen Galesloot Constructie en de projectleider, uitvoerder en werkvoorbereider aan de zijde van de opdrachtgever, zijn uiterst belangrijk om een project binnen de gestelde tijd en met de gewenste kwaliteit te realiseren.

Door zorg te dragen voor een intensieve persoonlijke begeleiding, maken wij de samenwerking met onze opdrachtgever tot een succes. Belt u ons gerust voor een vrijblijvend gesprek!

Contact info

Middenweg 31, 1394 AC Nederhorst den Berg
info@galeslootconstructie.nl
0294-252145